­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

We hebben bijna allemaal een kerstboom in huis, met erbij of eronder een kerststalletje. Maar dat was niet altijd zo.

De heidense oorsprong is de groene boom: een signaal van vruchtbaarheid. De Germanen en Romeinen geloofden dat in bepaalde bomen Goden woonden. Om deze te eren, werden de bomen die groen bleven, waar anderen verkleurden of blad verloren, versierd. Dat werd met appels gedaan, of met slingers van goud of zilver, objecten in de vorm van de maan of van sterren en soms werden er (andere) offers voor gebracht.

Pas in de 16de eeuw wordt de verering in het christelijk geloof toegelaten. Dit kwam omdat de boom werd geassocieerd met de heilige drie-eenheid (de fysieke driehoekvorm) en ze werd het symbool van kennis, goed en kwaad. In die vorm wordt ook vaak in het Nieuwe en Oude Testament over bomen gesproken.

In de eerste eeuwen was het gebruikelijk om de boom in de stad of in het dorp te plaatsen. Later ook in de huizen van rijken. Pas na de Tweede Wereldoorlog, dus pas eigenlijk sinds kort, worden de kerstbomen toegelaten in alle huizen en in kerken.

Wat de versiering betreft zijn veel elementen uit het heidense gebruik overgebleven. De piek is geheel christelijk te noemen. De lichtjes hadden de heidenen al en die verwijzen naar de geboorte van de zon (het lengen van de dagen). In het Christendom werd de betekenis hiervan de sterren bij de geboorte van Christus of verwees het naar de geboorte van het Kind.

Paul Spoormans
­