­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

tabernakelWaarom over het tabernakel? Iedereen kent het tabernakel toch? Gé Reijnders verwijst tijdens de opname van de CD In het theater naar het brandkastje: Zo’n dikke deur.

Het tabernakel is een brandwerende kluis die op het hoofdaltaar staat of op een zijaltaar. Deze kluis moet van binnen wit zijn en is van buiten meestal rijkversierd. In een kerk mag maar één dienstdoend tabernakel zijn. Binnen het tabernakel bevinden zich de geconsacreerde hosties in een ciborie. Wanneer de kluis geen hosties bevat, dient de kluisdeur open te zijn, de godslamp die erbij in de buurt staat, gedoofd te zijn en het gordijn in liturgische kleur verwijderd te zijn. Het is dan duidelijk dat God niet meer aanwezig is in deze kluis (het is dan geen tabernakel meer).

De naam komt uit het Oude Testament, waar het tabernakel staat voor de tent der samenkomst, de verplaatsbare tent die dienstdeed als plaats van aanbidding voor de Israëlieten en symbool stond voor Gods verblijf in hun midden. De vorm en structuur van de tent zijn strak voorgeschreven, evenals welke objecten binnen de tent voorkomen en waar ze staan. Alle objecten en hun plaatsing hebben een symbolische betekenis, waarover tussen de verschillende stromingen natuurlijk flink gebakkeleid is geworden.

Paul Spoormans

­