­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

Bent u in uw leven weleens vluchteling geweest? Is het u weleens overkomen dat u huis en haard moest verlaten om uw vege lijf te redden? Ik denk dat de meeste parochianen van onze grote Franciscusparochie dit nooit hebben meegemaakt. Toch zullen er onder ons zijn, waarschijnlijk meer dan u denkt, die een dergelijk drama moesten meemaken. Ik denk aan mensen die in de Tweede Wereldoorlog moesten vluchten voor oorlogsgeweld. Wellicht zijn er mensen die hebben moeten vluchten voor natuurgeweld. En er zijn in onze geloofsgemeenschap nogal wat allochtone parochianen uit het Midden-Oosten die hun geliefde woonomgeving moesten verlaten, omdat eenvoudigweg veiligheid al lange tijd niet meer geboden werd.

In een van mijn vorige parochies sprak ik eens een man die met zijn vrouw en (kleine) kinderen in het begin van de jaren negentig was gevlucht uit Bosnië op de Balkan. Ik vroeg hem: ‘Wat voel je dan, als je alles achter moet laten?’ Hij kwam niet veel verder dan een triest lachje, terwijl hij zei: ‘Je voelt je … vreemd.’ Daar zat natuurlijk een wereld van gevoelens achter.

Europa kent een vluchtelingencrisis. Daarmee vertel ik u niets nieuws. De politieke spanningen in ons werelddeel worden groter. De bereidheid om vluchtelingen op te vangen lijkt minder te worden. De politieke basis van Angela Merkel in Duitsland (‘wir schaffen das’) brokkelt af. Grenzen worden gesloten en op televisie zien we beelden van vluchtelingen die zonder enige hulp bivakkeren in kleine tentjes op natte en modderige strookjes grond.

Blikvernauwing dreigt ondertussen. We kijken naar ons eigen Europa en we kijken naar ons eigen land. Ondertussen vangen de buurlanden van Syrië de allermeeste vluchtelingen op. Landen als Libanon en Jordanië vangen miljoenen Syrische vluchtelingen op. Ze barsten uit hun voegen, terwijl ze maar de beschikking hebben over zeer beperkte middelen. Dát komt niet zo snel in onze media. En als we er iets over lezen, dan lezen we er snel overheen.

In allereerste instantie zijn vluchtelingen medemensen van ons. Zij zijn in opperste nood, daarom mogen we onze grenzen niet voor hen sluiten. Ons land behoort tot de welvarendste van de wereld. Die welvaart mogen we toch delen…? En: wees eens eerlijk: waar hoopt u op als voor u onverhoopt het uur van vluchten slaat? Hoopt u dan op gesloten grenzen en een koud armetierig tentje op een modderig stukje weiland, zonder enige hulp?
Wees eens eerlijk…

Pastoor K. Tolboom

­