­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

De afgelopen zomervakantie was ik in Groot-Brittannië. Op een gegeven moment bezocht ik een eucharistieviering in Christ-church College in Oxford; anglicaans natuurlijk. Het was op het einde van de dag, eigenlijk Vespertijd.
Ik verbaasde me over het grote aantal aanwezigen. Enkele mensen van het college, maar verder veel toeristen natuurlijk.
Ik weet niet of ze nu voor het fantastische koor kwamen, voor het gebouw of voor de viering zelf…
Als ik bij mezelf te rade ga, dan was het waarschijnlijk een mengeling van deze drie. De anglicaanse kerk kampt met dezelfde problemen als de onze. Er zit een zekere dubbelheid in wat ik meemaakte: terugloop in kerkbetrokkenheid in onze contreien, maar af en toe blijken mensen toch behoefte te hebben aan een kleine dosis kerkelijkheid of liturgie. Misschien in de vakantie, misschien bij een bijzondere gelegenheid of situatie, misschien vanwege de muziek of het prachtige gebouw….
Hoe dan ook, zij komen dan binnen. Ons probleem is: zij doen dat vaak slechts incidenteel en meestal met een eigen agenda. En zij realiseren zich niet, dat het echt niet vanzelfsprekend is dat het licht in de kerk nog aan is! Kerken en geloofsgemeenschappen gedijen het beste als er mensen zijn die zich er echt mee verbinden. Dan kan er een gemeenschapsleven worden opgebouwd; kan er iets worden geboden waar de toevallige bezoeker aan mee mag doen.
Ik moest daaraan denken toen we deze prachtige kerk uitkwamen en ik de kosteres zag lopen die er even tevoren aan het werk was geweest. Zeer waarschijnlijk als vrijwilliger. Ze stond bij de bushalte en nam de bus naar een buitenwijk. Ik was er een beetje door geroerd. En ik moest denken aan de buurvrouw in het huis naast ons vakantiehuis. Ieder weekend komen ze uit Londen, ’s avonds laat.
De volgende morgen was ze om 8.00 uur met een grote kantjesmaaier druk in de weer op de begraafplaats van de kerk achter ons vakantiehuis. Ik vroeg haar waarom ze dat deed: “Doing my bit for the Lord” was het antwoord…. “Mijn bijdrage voor God...” Is er dan ook zoiets als “toch af en toe verbonden willen zijn?”
Wie weet het? En moeten wij daar misschien ook iets mee?

Pastor Agaath Erich

­