­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

Ik ben geboren en opgegroeid in Amsterdam. Na de middelbare school ben ik theologie gaan studeren aan de Katholieke Theologische Hogeschool Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam. Bepalend voor mijn beroepskeuze was een stage als pastoraal werker in ziekenhuis ‘De Heel’ in Zaandam en de Klinisch Pastorale Vorming in een psychiatrisch ziekenhuis in Amersfoort.

Winschoter ziekenhuis
Juist toen ik mijn doctoraal scriptie voltooid had, kreeg ik, dankzij een positieve sollicitatie, de kans om ziekenhuispastor te worden in Winschoten. De overgang van Amsterdam naar het hoge noorden was minder groot dan het aanvankelijk leek. De Groningers waren veel minder stug dan vaak gezegd wordt. Als jonge en onervaren pastoraal werker kreeg ik alle kansen om kerkelijke, randkerkelijke en onkerkelijke patiënten pastoraal te begeleiden. Vaak was ik onder de indruk van het vertrouwen dat ik kreeg. Mensen lieten me toe in hun persoonlijke leven. Ik mocht met hen oplopen terwijl ze worstelden met hun ziek zijn en hun mogelijk moeten sterven. Ik bewaar daaraan dankbare herinneringen.
Winschoten was voor mij niet alleen het ziekenhuis. In Winschoten werden ook onze drie kinderen geboren. Mijn vrouw en ik hebben nog weleens heimwee naar het huis en de enorme tuin waar de kinderen alle ruimte hadden.
 
Veenhuizer gevangenis
Op een dag werd Guus in het ziekenhuis opgenomen. Hij was een gedetineerde van de plaatselijke gevangenis. Hij had zijn polsen doorgesneden. De hoofdverpleegkundige vroeg mij hem te bezoeken. Er ontstond een bijzonder contact. Guus sprak heel open over zijn leven, zijn criminaliteit, over alles wat er verkeerd was gelopen in zijn leven. Door het contact met Guus en de stimulans van pastor Bart van den Barselaar kwam ik ertoe om te kiezen voor het Justitiepastoraat. Na twaalf jaren in het ziekenhuis en na een positieve sollicitatie belandde ik in de gevangenis voor langgestrafte gedetineerden in Veenhuizen, die afkomstige waren uit de hele wereld.
Ook hier was ik vaak verwonderd over het vertrouwen dat ik kreeg. Ook hier lieten mensen mij toe in hun persoonlijke leven. Vaak was er veel fout gegaan, door eigen schuld, door andermans schuld, door niemands schuld. Dikwijls was er de behoefte om in het reine te komen met andere mensen en met God. Grote indruk maakte op mij, nuchtere Nederlander, het voorgaan in de zondagse kerkdienst. De intensiteit waarmee gebeden en gezongen werd, de stilte en de emoties bij het aansteken van kaarsjes bij Maria, ja, ik heb veel van de gedetineerden geleerd.
 
Groningen tbs-kliniek
In mijn contacten met de gedetineerden ontdekte ik dat velen onder invloed van psychiatrische stoornissen vreselijke delicten hadden begaan. Sommigen moesten, na hun gevangenistijd, daarom opgenomen worden in een Tbs-kliniek. Daar worden mensen behandeld om te bereiken dat ze niet weer verschrikkelijk in de fout gaan. Mij leek het een logische stap om daar te gaan werken. Zo werd ik pastoraal werker in de Van Mesdagkliniek in Groningen. Het zijn tien zware, indrukwekkende jaren geworden. Zware jaren omdat ik dagelijks contact had met patiënten in een situatie die als uitzichtloos werd ervaren. Indrukwekkende jaren omdat ik van dichtbij gezien heb dat veel patiënten hard werken om hun psychiatrische stoornissen te overwinnen en hoezeer ze proberen kracht te zoeken in hun geloof, hoe kwetsbaar en vol twijfel dat geloof vaak ook is.
 
Asser Locatieraad
En nu ben ik gepensioneerd. Ik wil graag iets doen voor de parochie. Ik ben gevraagd om voorzitter te worden van de Asser Locatieraad. Ik heb ja gezegd. Het is iets nieuws, een vrucht van de fusie. Ik heb gezien dat er positieve mensen in onze Locatieraad zitten. Naast de ernst wordt er ook gelachen. Kortom, de sfeer is goed. Ik heb er zin in!"

­