­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

 Lezingen: Jak.1,17-18.21b-22.27 en Mc.7,1-8.14-15.21-23.

Beste zusters en broeders,
Deze week kreeg ik het boekje in handen dat de paus onlangs geschreven heeft over het thema ‘heiligheid’. Het was al vertaald in het Frans, het Engels en het Duits, maar nog niet in het Nederlands. Nu kunnen we er ook in onze eigen taal kennis van nemen. ‘Heiligheid’ – zeg nou zelf, het is nou niet bepaald een heel populair thema. Ik herinner me niet dat ik er ooit in mijn leven over heb gepreekt. ’t Is nu de eerste keer. En in vakanties en vrije weekends zit ik nogal eens onder het gehoor van andere voorgangers, maar ook mijn collega’s houden zich ver van dit thema. ’t Is alsof niemand zijn handen eraan wil branden. Je preekt over heiligheid, en de kerkgangers denken maar één ding: Kijk eens wat hij er zelf van bakt!

En ook deze weken kun je het als katholiek voorganger maar moeilijk over ‘heiligheid’ gaan hebben. Deze weken, u hebt erover kunnen lezen in de media, is de wereldkerk weer volop geconfronteerd met seksueel misbruik van minderjarigen. In de eerste helft van augustus is er een Amerikaans overheidsrapport openbaar gemaakt over alles wat er aan de hand was in een aantal bisdommen in de staat Pensylvania, en ik heb de indruk dat dit rapport in het Vaticaan als een bom is ingeslagen. Bovendien zijn er allerlei verwikkelingen rond een Amerikaanse kardinaal die door de paus het kardinalaat ontnomen is, en niet zonder reden. Een kerk die het wil gaan hebben over ‘heiligheid’? Laat ze eerst eens zelf schoon schip maken en eens serieuze pogingen doen haar eigen vuiligheid op te ruimen…

En toch maar ‘heiligheid’ aan de orde brengen. Daarmee geven we gehoor aan Jezus zelf die ons uitdaagt: ‘Wees heilig, zoals uw hemelse Vader heilig is!’ (Bergrede). Die opdracht tot heiligheid – het moet meteen maar gezegd – heeft een risico in zich. ’t Is zoiets als van iemand die geen talent voor schaken heeft vragen om wereldkampioen schaken te worden. Als je mij vraagt om iets te gaan betekenen in de schaakwereld, dan zeg ik meteen: vraag maar iemand anders, met mij gaat het niet lukken. Bij een vraag om heiligheid heb je hetzelfde mechanisme. Je hebt meteen de neiging om te zeggen: ‘Ga maar naar iemand anders, met mij gaat het niet lukken’.

Maar gaat het echt niet lukken met mij, met jou en met u, als het gaat om heiligheid? Heiligheid…het is een groot woord. Ik zou zeggen: het is een verpletterend woord, het lijkt op een rotsblok die naar je toe komt rollen en waar je dan gauw voor opzij moet springen. Maar eerst moeten we het woord ‘heiligheid’ maar eens in stukken slaan, niet om het ideaal kapot te maken en betekenisloos, maar om het behapbaar te maken. Heiligheid…het moet toch iets zijn, waar we iets mee zouden kunnen.

Heiligheid, paus Franciscus zegt in zijn schrijven dat het niet een uniforme mal is waar ieder van ons maar in moet passen. Nee, integendeel het is een ideaal op maat voor het leven van eenieder van ons. Het heeft te maken met je dagelijkse bestaan en met wat je plichten zijn zo door de dag heen. Vervul je die plichten oprecht en trouw en met liefde, dan is daar iets aan de hand van heiligheid, van het nakomen van de opdracht die Jezus zelf ons geeft.

Ik wil u niet onthouden wat mij bijzonder trof in de brief van de paus. Humor hoort bij heiligheid volgens de paus. Nou, dat moet ons aanspreken en er zijn er nogal wat onder de kerkgangers die gevoel voor humor hebben. En waarom hoort humor erbij? Omdat het blijdschap uitstraat. Humor, dan gaat het niet over leedvermaak. Blij zijn om het ongeluk van de ander is bepaald niet iets voor een leerling van Christus. En als de paus het over humor heeft, dan gaat het ook niet om grappenmakerij die over de rug van medemensen heen moet gaan… Echte humor is een relativering van de vaak stugge en harde werkelijkheid en komt voor ons misschien wel voort uit onze hoop op de komst van een werkelijkheid, die geluk, vrede en gerechtigheid met zich mee zal brengen.

Met ons doopsel hebben we de opdracht tot heiligheid meegekregen. Wanneer we trouw en met liefde elke dag weer doen wat we moeten doen en steeds weer proberen God lief te hebben met alles wat in ons is en onze medemens als onszelf, dan zijn we al een eind op weg. Vanuit het hart, vanuit de liefde is die opdracht tot heiligheid niet loodzwaar, maar een weg die begaanbaar is.

AMEN.

­