­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

Lezingen: Jesaja 35,4-7a en Marcus 7,31-37.

Beste zusters en broeders,
In 2013 was er in het Drents Museum in Assen een tentoonstelling waarbij het was gelukt om een paar Dode Zeerollen naar Drenthe toe te halen. Ik heb de expositie gezien en ik moet zeggen dat ik het indrukwekkend vond. Die Dode Zeerollen zelf heb ik toen niet gezien. De rijen wachtenden vond ik veel te lang, maar dat gaf mij tijd om de andere dingen goed te bekijken. Het meest bijzonder vond ik een muntje met daarop de afbeelding van Pontius Pilatus. Gewoon…een betaalmiddel. In die tijd niks bijzonders, wat voor ons nu een muntstuk van een euro is of een twintigcentsstuk. Ik dacht toen ik dat muntje zag met de beeltenis van Pilatus: dat muntje zou Jezus in handen gehad kunnen hebben. Dat muntje ging rond in de tijd van Jezus in Judea en Jezus kwam daar ook. Wie weet… heeft Jezus dat geldstuk in zijn geldbuidel gehad.

In het evangelie van vandaag horen we hoe Jezus een doofstomme geneest. Opvallend in dit verhaal is – hoe zal ik het zeggen – het primitieve karakter ervan. Bij de genezing van de doofstomme steekt Jezus hem de vingers in de oren en raakt zijn tong met speeksel aan. In onze tijd letten we nogal op hygiëne, dus ik vermoed dat er onder ons wel mensen zijn die zeggen: gelukkig dat ik daar niet bij hoefde te zijn… Maar waar ik in deze preek op wil wijzen is dat ene woord dat Jezus uitspreekt: ‘Effeta’. Dat hele verhaal, zoals het hele evangelie van Marcus, is in het Grieks opgeschreven. Het enige woord dat niet Grieks is, dat is ‘Effeta’ en wordt als zodanig vermeld. ‘Effeta’, hier horen we Jezus spreken in zijn moederstaal, kun je zeggen, het Aramees. In deze taal sprak Hij met zijn tijdgenoten. Ontroerend dat je zo’n woordje tegenkomt. Hier horen we rechtstreeks Jezus aan het woord.

‘Effeta’, ’t is maar een woordje, maar als Jezus het gezegd heeft, gaat de doofstomme horen en kan hij tegelijkertijd spreken. Bij ons zijn woorden vaak maar woorden, maar bij God is dat blijkbaar anders. Denk maar eens aan het scheppingsverhaal. God zegt: ‘Er moet licht zijn’. En …dan is er ook licht. Woorden zijn niet máár woorden bij God, maar ze bewerkstelligen iets.

Zijn bij ons woorden alleen maar woorden of is het anders? We zeggen wel eens over iemand: Ja, dat zégt hij maar. Hij zegt het om iets te zeggen te hebben, maar je hoeft er geen betekenis aan te hechten. Hij zegt het maar… Ook menselijke woorden hebben grote kracht. Politici kunnen met woorden hele samenlevingen de goeie kant op duwen, maar ook richting conflict en oorlog. En ook in ons eigen kleine wereldje zijn woorden van groot belang. Met woorden kun je de sfeer goed houden of goed maken, maar met woorden kun je een sfeer ook verzieken of tot conflicten aanzetten.

‘Effeta’ – ga open. Met dat woord breekt Jezus muren af. Met dat woord doorbreekt Jezus het gedwongen zwijgen van de doofstomme, maar ook doorbreekt Hij de doofheid van die mens. En daarmee verandert voor die mens heel wat ten goede. Was het tot dan toe zo dat die doofstomme moest leven aan de rand van de samenleving. Vanaf het moment van zijn genezing kan hij weer meedoen. Jezus plaatst hem weer te midden van zijn medemensen.

Op mijn dvd-recorder bekeek ik het programma Zomergasten van afgelopen zondagavond. Een psychotherapeute werd geïnterviewd en zij deed veel aan relatietherapie. Zij stelde: er gebeurt alleen wat ten goede als mensen bereid zijn hun zekerheden op te geven. Als ze dat niet willen, verandert er niets. Misschien geldt dat wel voor heel veel. We kunnen alleen maar veranderen, als we onze zekerheden durven op te geven. God kan alleen in ons iets uitrichten, als we Hem durven toelaten, als  we de zekerheid van de gesloten deuren van ons hart opgeven en die deuren durven openen, al ging het maar om een klein kiertje. Effeta, ga open – Jezus zei het niet alleen tegen die doofstomme van tweeduizend jaar geleden. Hij zegt het nu tegen ieder van ons.

AMEN.

­