­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

Lezingen: Numeri 11,25-29, Jakobus 5,1-6 en Marcus 9,38-43.45.47-48.

Beste zusters en broeders,
De lange duur van de tijd vraagt om uitroeptekens. Tijd lijkt niets anders dan het verspringen van de cijfertjes op een display of het eindeloos draaien van de wijzers van een klok. En in ons leven hebben velen van ons een vaste regelmaat: voor alles is een tijd. Die regelmaat brengt met zich mee dat je je soms een paard in de tredmolen voelt. Steeds maar weer hetzelfde. Daarom is het goed zo nu en dan een groot uitroepteken te plaatsen midden in die tijd. ’t Is tijd voor feest. Wélke gelegenheid je aangrijpt om feest te vieren, maakt niet zoveel uit. Maar vandaag is dan die gelegenheid het feit dat ik een kwart eeuw geleden door bisschop Möller in de parochiekerk van Wolvega priester ben gewijd.

Als ik van iemand een boek krijg of een interessant tijdschrift, dan zeg ik er – half voor de grap – altijd bij: ‘Krijg ik ook nog iets anders van jou?’ En op de verbaasde blik van de goede gever, zeg ik dan: ’t Zou mooi zijn, als je me er ook een zak tijd bij zou geven, zodat ik het boek ook inderdaad kan lezen’. Maar vandaag vieren we dan dat God mij maar liefst een kwart eeuw heeft gegeven om gestalte te geven aan mijn leven als priester. En dan past dankbaarheid.

Dankbaarheid…, maar wel met een bittere rand, waar ik wel iets over wil zeggen. Dat de kerk te maken heeft met krimp en marginalisering, was vijfentwintig jaar geleden overduidelijk al net zo aan de hand als nu. Alleen is in 2018 dit proces nog verder doorgegaan. Maar wat een duidelijk verschil is tussen begin jaren negentig en nu, is dat de katholieke kerk, in ieder geval in Europa en in de Angelsaksische landen geconfronteerd is  met een maar moeilijk te verwerken verleden. Op grote schaal is er in het instituut van de Rooms-Katholieke Kerk seksueel misbruik geweest van minderjarigen. Dit heeft heel lang door kunnen zieken o.a. door naïviteit en wegkijken van verantwoordelijken, door een  inadequate visie op wat er psychisch aan de hand is rond het thema pedoseksualiteit. Hierdoor zijn veel, heel veel minderjarigen voor hun leven beschadigd geraakt door medewerkers van de kerk. Een beschamende situatie, en dat is dan nog maar heel zwakjes uitgedrukt. Gelukkig is de Nederlandse bisschoppenconferentie zo wijs geweest om de commissie Deetman een grootschalig en onafhankelijk onderzoek te laten doen naar dit duistere verleden. De aanbevelingen van deze commissie aan de bisschoppen van Nederland zijn stuk voor stuk door hen opgevolgd en in die zin is de overheid van de katholieke kerk van Nederland op een goede manier omgegaan met een schandvlek die veel te lang toegedekt is geweest.

Ondertussen is de katholieke kerk wel een wereldkerk en met de regelmaat van de klok komt dat verleden van dat seksueel misbruik weer naar boven, nu eens in dit land, dan in een ander land. Ik vermoed dat we hier nog tientallen jaren lang mee geconfronteerd blijven. En het frustrerende is dat ik, als vertegenwoordiger van de kerk, altijd het gevoel heb dat schaap te zijn dat geschoren wordt. Ja, en je wéét het: als je geschoren wordt, moet je stil zitten.

Vijfentwintig jaar lang ben ik al priester, maar…zesentwintig jaar lang ben ik al pastor. Immers in september 1992 ben ik als pastoraal werker benoemd. Dat ben ik een half jaar geweest, daarna was ik een half jaar diaken, totdat ik priester werd gewijd. Mijn pastorale werk heb ik altijd met veel plezier gedaan, ik kan niet anders zeggen. En dat heeft me enorm geholpen, vooral in tijden van crisis. Ondanks alles: het pastorale werk bleef ik altijd ‘leuk’ vinden.

Wat mij nooit verlaten heeft, is het gevoel geroepen te zijn. Misschien is het voor anderen een heel vaag idee, voor mij is dit altijd een ervaren werkelijkheid geweest. U kunt gerust zijn: visioenen heb ik tot nu toe niet gehad (maar wie weet: komt dat nog een keer…) en een gouden toeter vanuit de hemel waaruit voor mij klinkklaar duidelijk Gods boodschap te horen was, heb ik nooit gezien en nooit gehoord. Toch is dat besef van roeping altijd bij mij geweest en het heeft mij kracht gegeven  steeds maar weer door te gaan.

Steeds maar weer doorgaan…, maar dat deed ik met u, met alle mensen binnen die geloofsgemeenschap die in hun doen en laten laten zien dat ze ervan overtuigd zijn: ‘Samen moeten we er wat van maken, in welke situatie de kerk zich ook bevindt’. En samen met u mocht ik daarin dan mijn eigen partij meeblazen.

U begrijpt natuurlijk wel dat het met de jaren voor een pastor moeilijker wordt een preek op papier te krijgen. Vaak heb je het gevoel alles al een keer gezegd te hebben. Als ik aan mijn bureau aan een preek werk, verzucht ik wel eens: ‘Waar moet ik het nou weer over hebben?’ En vooral de dagen voor Kerstmis, als de kerstpreek geschreven moet worden, denk ik nogal eens: ‘Daar gáán we weer!’. Dat betekent overigens niet dat ik uitgekeken ben op de Bijbelse Boodschap. Alles behalve dat. Als ik de Bijbelverhalen lees en tot me door laat dringen de boodschap die er in vervat is, blijft bij mij mijn grondintuïtie dat het voor een mensenleven en voor de mensheid om deze boodschap draait, en dat de wereld een stuk verder zou zijn, wanneer ze zich hieraan zou durven overgeven.

Als ik mensen voorbereid op opname in de kerk, dan zijn er veel gesprekken tussen de pastorant en mij. Natuurlijk wil ik dan ter sprake brengen wat de essentie is van het christelijk geloof. Ten diepste is voor mij de essentie: overgave aan de persoon en de boodschap van Jezus Christus. U hebt me daar ook vaak genoeg over horen preken. Maar ja, overgave…wat is dat eigenlijk. Dat woord blijft zwevende… Tenzij je het gaat vertalen in een praktisch christendom. God liefhebben met heel je hart en met al je krachten en je medemens als jezelf, Jezus hield het ons al voor in het evangelie. Dat moet zich uiten in het leven van alledag. Dat betekent heel concreet: goedheid en liefde voor de mensen met wie je je leven deelt, maar ook dat je goed bent voor de mensen die verder van je afstaan en met wie je op het eerste gezicht niet zoveel hebt. In die zin heeft het christelijke geloof een kritische noot te kraken in een samenleving die zich aan het verharden is en die steeds weer in de valkuil dreigt te lopen mensen uit te sluiten.

Beste mensen, ‘God is liefde’, voor mij is dit de kortst mogelijke samenvatting van het christelijke geloof. Verdiep je je in het geloof dan komt al gauw het moment dat je denkt: ‘Ik zie door de bomen het bos niet meer!’. Maar als je die drie woordjes onthoudt  ‘God is liefde’, dan is het fundament gelegd. En laat je die drie woordjes doordringen tot in je hart, dan gaat ook in je eigen leven iets van die liefde spreken.

AMEN.

­