­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

Lezingen: Jes. 53,10-11, Hebr. 4,14-16 en Marcus 10,35-45

Hoe vaak gebeurt het niet: tijdens een verkiezingscampagne belooft een prominent politicus van alles aan de kiezers. Eenmaal gekozen valt het politieke werk soms wat tegen of lonkt er elders een aantrekkelijker functie.  En ja, hoor, volksvertegenwoordiger of niet, diegene vertrekt naar andere roziger verten. Geen echte loyaliteit aan de kiezer; geen echt besef dat je als volksvertegenwoordiger dienstbaar moet zijn aan het landsbestuur.

De realiteit van het leven is dikwijls anders dan de droom vooraf….  Het kan heel anders uitpakken dan verwacht. Dromen is op zich niet verkeerd. Mensen die geen dromen van de toekomst hebben, zullen ook niet zo snel in iets nieuws stappen. Mensen die durven daarentegen, daar kan best iets goeds uit voortkomen.
Dit zijn zaken van alle tijden en voor de leerlingen van Jezus was het niet anders.  Ze zijn gewone mensen zoals wij. Ze gaan Jezus achterna en wat hij nu precies voor ogen had?  Ja, dat weten ze eigenlijk niet.  Ze gaan omdat ze hem interessant vinden. Ze gaan omdat Jezus fungeert als een magneet. Zij willen hun leven inderdaad leiden zoals Jezus doet, denken ze.

Pas al gaande merken ze waar hij over spreekt. Hij heeft het over een koninkrijk van God. Bij het woord “koninkrijk”  hebben zij een bepaald beeld. Zij denken aan een machtige positie en een invloedrijke plek. Twee van hen, Jacobus en Johannes, lopen er al een tijdje mee rond en dan gooien ze het eruit. Ze werpen Jezus hun vraag voor de voeten: mogen wij dan links en rechts zitten???
Maar Jezus spreekt over heel andere dingen. Hij denkt niet aan een koninkrijk zoals wij dat ook wel kennen, maar aan een wereld waarin alles is zoals God het bedoeld heeft. Een wereld waar Jezus voor leeft en desnoods voor wil sterven.

Kunnen jullie dan de beker drinken die ik moet drinken of de doop ondergaan die ik moet ondergaan? Woorden van Jezus uit het evangelie van Marcus vandaag. Jacobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, zeggen:  Ja, dat kunnen wij. Ze zeggen hardop dat ze dat ook kunnen: het zijn hun eigen woorden. En ze menen het ook nog.
Jezus echter maant hen tot voorzichtigheid, alsof hij wil zeggen: het zal veel vragen van jullie incasseringsvermogen. En Jezus maakt meteen wel duidelijk, dat plaatsen in de hemel niet op aarde worden verdeeld. Gelukkig maar; laten we dat maar aan God overlaten.

De ironie is wel dat uiteindelijk de plaatsen naast Jezus op Goede Vrijdag worden ingenomen door twee rovers, die met hem sterven. En waarvan Jezus tegen eentje zegt: je zult nog vandaag met mij in het paradijs zijn. De evangelist Marcus zal deze afloop hebben geweten en vandaag als een verborgen code in het evangelie hebben verwerkt. De leerlingen hebben op dat moment totaal niet door wat er staat te gebeuren uiteindelijk.
Dat gezegd zijnde: het is wel zo dat in ons geloof de rechtvaardigen, de barmhartigen, de zachtmoedigen en de vredestichters geprezen worden. Dat God hen zal ontvangen. En dat er gezegd wordt: hen behoort het rijk der hemelen.

Deze leerlingen begrijpen heel goed dat het Jezus te doen is om een andere manier van leven. Een leven waarin mensen leven voor elkaar. Een leven van het gaat om liefde voor God en de naaste. Een rechtvaardig leven;  een dienstbaar leven;  een zachtmoedig leven. En daarin willen ze Hem volgen. Een leven waarin Gods Geest in hun aanwezig zal zijn. Ze overzien alleen nog niet alle consequenties.

Ze volgen hun droom door zich bij Jezus aan te sluiten, maar willen graag een beetje zekerheid, een stukje zekerheid voor het leven na dit leven. Hoop dat je daar tenminste een goede toekomst hebt. Bevestiging voor een eeuwig leven.
Op zichzelf kun je je toch best voorstellen, dat Jakobus en Johannes zo dachten. Hoe vaak denken wij stiekem niet precies zo? Hoe vaak zeggen parochianen niet:  ik heb mijn hele leven zo mijn best gedaan. Ik heb geprobeerd een goed leven te leiden. Ik heb geprobeerd niemand te benadelen. Zou er voor mij niet een plekje zijn, daar aan die andere kant van ons leven?

Daarop hopen wij en daarin geloven wij. Maar toewijzen: dat kunnen wij niet. Wat wij wel kunnen, is ons leven leiden, zoals het bedoeld is. Hoe dan?
Niet over elkaar heersen, maar elkaar van dienst zijn. De echte grootheid van het leven zit juist in de dingen die zo klein lijken te zijn dat je er overheen kijkt. De waarde zit niet in dat wat je bereikt, maar in wie je bent.
Wat kan een dergelijke boodschap toevoegen aan ons leven? Levend in een wereld die zegt: Je moet toch kunnen doen, wat jij wilt. Het gaat om jou, en daar ben je ook verantwoordelijk voor. Je bent verantwoordelijk voor je werk,  voor je kinderen, je gezondheid, je levenseinde, of je wel of niet meetelt.

Veel jij, weinig wij….. En misschien is dat het belangrijkste punt: Jij en wij. Ik en jij: dat gaat alleen maar als je samen de schouders eronder zet.
Soms help je, soms wordt je geholpen. Soms zorg je,  later wordt je verzorgd. Soms kom je voor iemand op,   soms komt iemand voor jou op. Geven en ontvangen.
Mensen leven in samenhang en samenspraak met elkaar. Natuurlijk mag ieder zichzelf ontwikkelen. Dat is zelfs een enorm groot goed. Maar de bedoeling is dan wel, dat je zelf ook een ander die helpende hand aanbiedt.
Uit overtuiging. Uit liefde voor elkaar.

Wanneer wij ons leven willen leiden zoals Jezus het bedoeld heeft, dan komen de woorden “niet heersen maar dienen”  in dit verband meteen weer naar boven. Woorden als “barmhartigheid” en “zachtmoedigheid”  passen bij de verantwoordelijkheid die mensen voor elkaar dragen. En de meesten van ons willen ook best wel om deze manier naar elkaar omzien.
We zijn tenslotte medemensen van elkaar. En het geeft ons ook voldoening. Hoe wij ons gedragen ten opzichte van onze dierbaren. Hoe wij het leven ervaren en er zin aan geven. Bedoelde Jezus dan zoiets?
Dat mensen pas echt mens worden als er een balans zit tussen iets bereiken en iets betekenen?
En je merkt dat mensen van goede wil, daar oog voor hebben. Bedoelde Jezus zoiets? Ik denk het wel!

Amen      

­