­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

Lezingen: Daniël 12,1-3 en Marcus 13,24-32.

Beste zusters en broeders,
Donderdag liet ik mijn horloge op de stenen vloer vallen. Ik raapte hem op en deed hem om mijn pols. Een dag later zag ik pas dat het glazen plaatje dat aan de achterkant het uurwerkje beschermt eraf was gesprongen. Merkwaardig genoeg was het uurwerk verder niet beschadigd. Het horloge liep nog steeds. Maar ook als het uurwerk stuk was geweest, was de tijd daarmee niet tot stilstand gekomen. Die tijd gaat wel door…

Tijd, wat is dat eigenlijk? Er zijn geleerden die beweren dat tijd helemaal niet bestaat. Ja, wij, mensen hebben de tijd uitgevonden. Je hebt die handige uitvinding namelijk nodig om als mensen met elkaar samen te leven. Probeer maar eens een vergadering te beleggen, als je niet gezamenlijk iets over tijd hebt afgesproken… Als er geen tijd was: je zou nooit meer ergens op tijd kunnen zijn. Trouwens: te laat komen bestaat dan ook niet meer.

De Bijbel twijfelt niet aan het beginsel tijd. ‘In het begin schiep God de hemel en de aarde…’ Toén, zo wijst de Bijbel ons erop, begon voor de mens de tijd. Tegelijkertijd, en dat is verontrustender voor ons, zegt de Bijbel dat er ook een einde aan de tijd is. Ooit wordt er een definitieve punt gezet achter alles. En dat heet dan met een beangstigend woord: het einde der tijden.

De eeuwen door hebben christenen gedacht dat het einde der tijden nabij was. Deze week honderd jaar geleden werd de wapenstilstand gesloten in een treinwagon te Compiegne in Frankrijk en daarmee kwam de Eerste Wereldoorlog ten einde. Ik kan me voorstellen dat een gelovige soldaat die moest vechten in die verschrikkelijke oorlog wel eens heeft gedacht dat ie midden in het einde der tijden zat. Van het gewone bestaan was weinig meer over. Alleen maar wapens, kogels, gewonden en doden, alleen maar modder en kou. En als je wereldwijd anno 2018 om je heen gaat kijken: wat dacht u van al die mensen die slachtoffer zijn geworden van de enorme bosbranden in Californië? Wat dacht u van de bewoners van Venezuela? De samenleving daar is geen samenleving meer. Een mens kan daar niet meer leven. Binnen dat land functioneert bijna niets meer, en ben je ziek dan weet je zeker dat zelfs de meest simpele medicijnen niet voorhanden zijn.

Het einde der tijden … de lezingen van vandaag geven ons dit thema aan. ’t Lijkt wel alsof de Kerk ons hiermee juist wil confronteren voordat we de overstap maken naar de Adventstijd.

Het einde der tijden… Als je dit thema op je in laat werken, dan heeft het iets onontkoombaars. Het overkomt je en je kunt er niets aan doen. Ja, het enige wat je kunt doen, is bidden dat het nog even uitblijft.

Het einde der tijden… In de media lezen we zeer regelmatig dat veel wetenschappers benadrukken dat de druk die we met zijn allen op moeder aarde leggen met onze overmatige consumptie door diezelfde aarde niet lang meer gedragen kan worden. En eigenlijk laat de aarde al zien dat het haar te veel is. Denk eens aan de klimaatveranderingen. Lange tijd wilden we er niet aan. We ontkenden het, maar nu zitten we in de jaren dat we er eigenlijk niet meer om heen kunnen. Het afgelopen jaar heeft veel meer natuurrampen te zien gegeven, dan in welk jaar ooit. De ijskap van de Noordpool smelt in sneltreinvaart en in Nederland lijken we steeds minder lente en herfst te hebben. En of we nu denken dat er grote natuurrampen voor de deur staan of dat het zo’n vaart niet zal lopen: politici hebben al laten zien met het sluiten van belangrijke klimaatverdragen dat zij inzien hoe dringend het allemaal is. En nú is aan ons de vraag ons gedrag aan te passen. We kunnen met minder, veel minder toe, maar willen we dat ook. Willen we minderen in onze consumptie ten bate van de generaties die na ons komen?

Als het einde der tijdens in ons geloof aan de orde komt, komt ook meteen het oordeel op tafel. Ook al zo’n onaangenaam onderwerp. God oordeelt, als de tijd ervoor gekomen is, ons mensen. Een criterium waarmee Hij oordeelt, is ‘verantwoordelijkheid’. In hoeverre zijn wij verantwoordelijk voor onze medemensen, vooral voor hen die in deze samenleving niet mee kunnen komen, maar ook in hoeverre zijn wij verantwoordelijk voor moeder aarde. Moeder aarde is ons ‘gemeenschappelijk huis’ en we zijn druk bezig dat huis fors uit te wonen. Het zou misschien nog niet zo erg zijn als God ons twee of drie van dat soort huizen gegeven zou hebben. Maar we hebben er maar één van Hem gekregen… Aan ons is het uit te maken of we door willen gaan met het verloren laten gaan van ons ene gemeenschappelijke huis of dat we gezamenlijk besluiten dit huis te gaan redden. We kunnen onze Schepper niet beter eren, dan wanneer we onze aarde gaan redden. Bovendien zullen komende generaties diep respect hebben voor de veranderingen die wij in ons gedrag aangebracht hebben ten gunste van hun toekomst.

AMEN.

­