­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

agenda 5a

Lezingen: Apoc. 1,4-8 en Joh.18,33b-37.

Beste zusters en broeders,
Kent u dat gevoel? U bent in gesprek met iemand en in het gesprek gaat het bepaald niet over de kleine alledaagse dingen. Degeen met wie u in gesprek bent, draagt een groots onderwerp aan en gebruikt daarvoor te grote woorden. U krijgt het gevoel dat wat besproken wordt, u niet aangaat. En u denkt: ‘Hou even op, zeg!’.

‘Hou even op, zeg!!!’.  Dit gevoel komt bij mij naar boven, als ik geconfronteerd wordt met de benaming van het feest dat wij als kerk vandaag vieren. ‘Christus, koning van het heelal’. Jezus als koning vind ik al heel wat, maar… Christus als koning van het heelal… ’t is mij in eerste instantie veel te groot. ‘Hou even op, zeg!!! Zullen we het even over normale dingen gaan hebben!?

Toch lijkt ons die kans om het over gewone, alledaagse zaken te gaan hebben vandaag ontnomen. Immers – en dat gebeurt niet zo vaak – de eerste lezing heeft ons iets voorgeschoteld uit het laatste Bijbelboek, de Openbaring van Johannes. ’t Is het laatste Bijbelboek, maar ook het moeilijkste. Het staat bol van allerhande vreemde visioenen, die maar moeilijk zijn te interpreteren. De schrijver van dit boek richt zich tot de zeven christelijke geloofsgemeenschappen in Klein-Azië, wat nu Turkije is. En hij probeert hen met zijn geschrift te bemoedigen. Ze worden vervolgd, maar – zo prent hij hen in – ze moeten standhouden. Want uiteindelijk zal God overwinnen en is er voor de mensen die zich door alles heen aan Hem vasthielden een plaats in het hemels Jeruzalem.

Johannes houdt de lezers van zijn geschrift voor: denk eraan, je mag erop vertrouwen dat het aan het einde allemaal goed komt. En dat vertrouwen is niet zomaar, voor de vuist weg. Nee, dat vertrouwen heeft een fundament en dat fundament is Jezus’ verrijzenis. Toén heeft God de macht van dood en vernietiging gebroken en vanuit die verrijzenis zal alles ten goede gekeerd worden, als het einde van de tijd is aangebroken.

In de eerste lezing hoorden we dat gezegd wordt van Jezus dat Hij de vorst is van de koningen der aarde. En op het einde van de lezing hoorden we God zelf zeggen: ‘Ik ben de Alfa en de Omega’. In de Openbaring van Johannes lijkt het soms dat wat van God gezegd wordt ook van toepassing is op Zijn Zoon. Wat dat betreft schuiven beelden over elkaar heen. Alfa en Omega, de eerste letter van het Griekse alfabet en de laatste. Hij staat aan het begin en aan het einde. Blijkbaar houdt Hij alles omvat. ’t Is niet zo dat de werkelijkheid door Hem gevangen gehouden wordt. Nee, Hij omhelst alle werkelijkheid liefdevol, óók ons. Jezus…Alfa en Omega…Koning van het heelal…

Jezus, die koning is. We komen deze koning Jezus heel concreet tegen in het evangelie. Het is een deel uit het lijdensverhaal. Jezus heeft van Romeinse soldaten een doornenkroon op zijn hoofd gedrukt gekregen. En nu staat Hij voor de landvoogd Pontius Pilatus. En Pilatus verhoort Jezus. Hij wil wel eens weten hoe dat zit met het koningschap van Jezus. ‘Ben jij de Koning der Joden?’ Het is niet zomaar een vraag. Het is niet een vraag om maar wat te vragen te hebben. Nee, Pilatus wil van Jezus weten of Hij voor hem een politieke concurrent is. Jezus bevestigt dat Hij koning is, maar zijn koningschap is niet van deze wereld. Jezus’ koningschap heeft niets met macht, aanzien, eer en kapitaal te maken. Het staatsbanket waar koning Jezus aanzit is niet in een prachtig aangeklede zaal met gouden kroonluchters aan het plafond en heerlijke spijzen. Zijn staatsbanket is een eenvoudig Avondmaal met een beetje brood en een beker wijn, die rondgaat.  Aan Zijn staatsbanket zijn ook die mensen genodigd, die niet horen bij een elitaire bovenlaag bij de bevolking. Aan dat banket zijn allen genodigd, die aan Zijn hand door het leven heen willen.

Er zullen nog koningen op deze aarde zijn die niet getemd zijn door de democratie. Ongetwijfeld zullen er onder hen zijn die zich te buiten gaan aan hebzucht en machtswellust. De koningen en koninginnen die we nog hebben in West-Europa zijn bedwongen – kun je zeggen - door een democratische grondwet, en gelukkig maar. Je kunt tegen hen opzien of minderwaardig over hen praten en inderdaad is ook met hen van alles aan de hand. Maar…koning Jezus is van een andere orde. Hij is de mensgeworden liefde van God voor ons. Die waarheid, daar wilde Hij nooit achter weg en dat bracht Hem uiteindelijk aan het kruis. Met Hem hebben we te maken: een machteloze, gekruisigde koning, van Wie we geloven dat Hij onze werkelijkheid omvat houdt . Klamp je maar aan Hem vast. Uiteindelijk zal Hij de enige blijken die ons omhoog kan trekken uit het moeras dat we onszelf geschapen hebben.

AMEN.

­