­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

Lezingen: Jeremia 33,14-16 en Lucas 21,25-28.34-36

Beste zusters en broeders,
Met regelmaat heb ik het in mijn preken over de tijd. ’t Is maar iets raars, ‘tijd’. Er zijn wetenschappers die beweren dat tijd in principe niet eens bestaat. En inderdaad: wat is ‘tijd’ nou eigenlijk? Maar wij, mensen, kunnen niet zonder de tijd. Zonder ‘tijd’ kunnen wij, mensen, niet samenleven. Zonder ‘tijd’ zou de menselijke samenleving in het honderd lopen.

De Kerk heeft een jaar lang de tijd om alles wat voor haar belangrijk is te gedenken en te vieren. En dat jaar, beter gezegd – het liturgisch jaar – is vandaag begonnen met de adventstijd. De Advent: vier weken krijgen we de tijd om naar Kerstmis toe te leven. Het liturgisch jaar is blijkbaar er niet alleen maar voor om hoogtepunten te vieren. Het liturgisch jaar geeft ons ook tijd om ons te bezinnen en voor te bereiden. Als de Kerk ons die tijd geeft, moeten we die ook maar nemen.

‘Tijd’ heeft iets ambivalents. Als je in een goeie tijd van je leven zit, heb je altijd de angst dat de tijd om zal slaan. Nu is de tijd nog je vriend: een goeie en lieve levenspartner, je hebt een baan, je woont in een comfortabel huis en je portemonnee is niet al te dun. Maar de tijd kan keren. De tijd is nu nog je vriend, maar kan ook je vijand worden. Je levenspartner verlaat je, je verliest je baan, je moet in een kleiner en veel minder comfortabel huis gaan wonen en de bodem van jouw schatkist is eigenlijk al lange tijd in zicht.

Maar het kan ook andersom natuurlijk. Nu kan de tijd nog je vijand zijn. Alles zit tegen. Tegenslag op tegenslag. De tijd die je tot nu toe gegund is geweest, is je vijand. En wat je dan doet, is hopen dat de tijd je vriend zal worden. Je hoopt dat het keren gaat. Je hoopt dat je relatie met je partner verbetert, je hoopt dat de kinderen op school niet zoveel problemen meer hebben. Je hoopt dat je eens de gelegenheid krijgt om beter te gaan wonen.

‘Er komt een tijd…’ Het zijn de woorden waarmee de eerste schriftlezing van vandaag begint. Je kunt ook zeggen: het zijn de woorden waarmee de Kerk de adventstijd van 2018 laat beginnen. ‘Zo spreekt de Heer: Er komt een tijd dat Ik de belofte vervul…’ God heeft een belofte gedaan en tot op heden is die belofte oningevuld gebleven, maar er komt een tijd waarin de belofte vervuld wordt.

‘Er komt een tijd…’ Mensen, we hebben wat te verwachten! Mensen, denk eraan: we hebben wat te hopen. De tijd waarin we leven is meer dan de wetmatigheid waaraan we overgeleverd lijken: vanaf onze geboorte begint de klok te lopen en die tikt door tot het uur van onze dood. Nee, het is veel meer dan dat: buiten die wetmatige tijd is er ook nog Gods tijd, waarin Hij ons wil laten delen.

De Advent: we bereiden ons voor op het kerstfeest. Ja, daar is de adventstijd voor bedoeld. ’t Is eigenlijk breder. We bereiden ons voor op Kerstmis, het feest waarop we de geboorte van Jezus gedenken. Maar daar houdt de voorbereiding niet mee op. Eigenlijk moeten we ons voorbereiden op de komst van Jezus in ons eigen leven. Jezus kan toen, twintig eeuwen geleden, wel geboren zijn in die stal van Bethlehem,  maar als we nu ons hart en ons leven gesloten houden voor Hem, waarvoor vieren we dan Kerstmis? Waarvoor gaan we ons nu dan voorbereiden op het kerstfeest?

Er komt een tijd… Er zijn er onder ons voor wie de tijd nu een vriend is: alles gaat goed, wat hebben we nog te wensen? Tegelijkertijd zien we dreiging, als we in de toekomst zien. Wat hangt ons allemaal nog boven het hoofd. Wat staat ons te gebeuren in ons privéleven? Maar ook: wat staat ons als mensheid nog te wachten? De gevolgen van de klimaatwijzigingen beginnen nu al angstig zichtbaar te worden. En ook in de wereldpolitiek wijzigen heel snel de bestaande verhoudingen. ’t Is nu vrede. God zij dank! En laten we hopen dat dat nog lang zo blijft! Maar we kunnen ook met zijn allen afglijden naar iets waarover we liever niet nadenken…

Er komt een tijd… Wat ons ook gaat overkomen, God heeft voor ons Zijn tijd in het verschiet. Wat ons ook overkomt, waar we ook mee te maken krijgen: de hoop moeten we ons niet laten ontnemen. Adventstijd: christenen zijn adventsmensen – er ligt iets vóór ons, dat van doen heeft met liefde, vrede en een wereld waarin rechtvaardigheid niet meer het onderspit zal delven. Adventstijd: ons leven en ons gedrag zullen we aan moeten passen aan de hoop die ons gegeven wordt. Dat die hoop bewaarheid wordt, daaraan moeten we ons eigen steentje bijdragen.

Christenen zijn adventsmensen – uit alle macht proberen zij hun hart op een kier te krijgen om Christus intrede te laten doen in eigen hart en in eigen leven. Uit alle macht proberen zij hun hart op een kier te zetten om Christus in deze wereld binnen te laten.

AMEN.

­