­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

Lezingen: Fil.4,4-7 en Lucas 3,10-18.

Beste medechristenen,
Het christelijk geloof staat of valt met ons antwoord op de vraag: ‘Is het – ja, dan nee - voor een mens van betekenis als leerling van Jezus door het leven te gaan? Je kunt de vraag ook zo stellen: Gaat het in dit leven alleen maar om overleven? Is de grote regel waarnaar alles zich voegt de overleving van de sterkste of van degeen die het meest aangepast is aan de situatie? Of is er misschien nog een andere regel die van kracht kan zijn in onze samenleving? Gaat het in dit leven er alleen maar om om zelf op een goede plek terecht te komen en ervoor te zorgen dat je portemonnee goed gevuld wordt? Of zijn er zaken die daarbovenuit stijgen?

Op de derde zondag van de advent wordt ons iets als een antwoord gegeven via de persoon van Johannes de Doper. Vorige week zondag hoorden we in de eredienst al over hem. Johannes leidt een totaal ander leven dan Jezus. Jezus trekt zich niet terug uit de wereld, Johannes doet dat wel. En hij doet dat heel radicaal. Hij gaat in de woestijn van Judea wonen en neemt afscheid van rijkdom en bezittingen. Kijk maar naar de kleren die hij aan heeft: niets meer dan een pij van kameelhaar. Kijk ook maar naar zijn dagelijks voedsel: sprinkhanen met een beetje honing. Voor Johannes zijn een dikke portemonnee en status niet belangrijk. Hij leeft met het vermoeden dat de Messias gaat komen en richt naar dat vermoeden zijn leven in.

Johannes de Doper is een figuur uit een ver verleden. En hoe verder het verleden van ons is verwijderd, hoe minder voor ons de uitdaging. Maar ik denk dat de mensen uit Johannes’ tijd zich door zijn persoon erg uitgedaagd voelden. Hij bracht in hen een onaangenaam gevoel teweeg. We zitten met z’n allen in de richting van geld, macht, aanzien en status. We zitten met z’n allen in de richting van houden wat je hebt en pakken wat je pakken kunt, maar nu is er één die daar uitbreekt. Er is er één die een leven gaat leiden die haaks staat op het gewone. Eén van ons, Johannes, gaat een leven leiden dat geregeerd wordt door heel andere regels.

Komen we mensen tegen in ons eigen dagelijks bestaan die niet de regel van de middelmatigheid aanhouden, maar daar bovenuit gaan, dan wekt dat bij ons verschillende reacties op. Je hebt de reactie van ‘bewondering’. ‘Dat deze vrouw zo’n goed leven kan leiden, daar heb ik bewondering voor!’. Misschien is er ook de reactie van ‘gelatenheid’. Ja, ’t is wel heel goed wat die mens doet, maar mij laat het koud en onverschillig. Of je maakt het belachelijk: ‘Die denkt zó te moeten leven, laat hem wijzer wezen.’ Of de volgende kan ook: ‘Die denkt zó te moeten leven, maar er zal wel wat achter zitten!’. Ik vermoed dat velen in de tijd van Jezus Johannes de Doper hebben bewonderd en zich door hem uitgedaagd voelden, maar er zullen er zeker geweest zijn die met gelatenheid over hem gehoord hebben of hem belachelijk hebben gemaakt. ‘Die vent met z’n ongekamde haren en zijn soepjurk van kameelhaar!’.

De mensen van zijn tijd gaan naar Johannes toe met een heel gewone vraag: ‘Johannes, wat moeten we doen?’ We kunnen ons voorstellen dat ook wij dit hem zo zouden vragen. Johannes’ boodschap is dat de Messias eraan zit te komen en de mensen willen hun leven inrichten naar die verwachting. En Johannes geeft dan heel praktische richtlijnen. Heb je twee jassen, geef er dan één aan wie geen jas heeft. Heb je een overvloed aan voedsel, deel dan met wie niets te eten heeft. Voor soldaten geldt dat ze tevreden moeten zijn met hun soldatenloon. Ze mogen zich niet overgeven aan plundering en afpersing. En belastinginners moeten zich strikt aan de vastgestelde tarieven houden en niet frauderen ten gunste van hun eigen portemonnee. Het lijkt wel alsof de Doper ons iets wil zeggen met deze praktische richtlijnen. Alsof hij wil zeggen: ‘Ik weet niet hoe je als christen moet gaan leven, als de Christus echt gekomen is, maar dit is in ieder geval een goed opstapje.

Beste zusters en broeders, de meesten van ons zijn al heel lang christen. Maar vaak hebben we het gevoel met ons christelijk leven nog maar aan het begin te staan. We voelen ons vaak niet ver gevorderd. Is dat erg? Och, ik weet het niet. In ieder geval voelen we ons wel thuis bij die mensen die bij Johannes aanklopten met de vraag ‘Wat moeten we doen?’ Ze leefden in de verwachting van de komst van de Messias, zoals wij leven in de verwachting van de komst van Jezus in ons leven, en ze wilden een opstapje , een richtlijn voor hun leven hebben. Dat kregen ze van die vreemde man die op de oever van de Jordaan leefde. Delen van wat je hebt, je niet overgeven aan geweld en de mogelijkheid onrechtmatig bezittingen naar je toe te halen en ook: je niet overgeven aan bedrog. Daar moeten we het in eerste instantie maar mee doen. Het is een goede voorbereiding voor een leven dat graag straks wil gaan leven vanuit de liefde die het Kind van Bethlehem in overvloed met zich mee zal brengen.

AMEN.

­