­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

Lezingen: Micha 5, 1-4a en Lucas 1, 39-45

Laatst had ik na een viering een heel bijzondere ontmoeting met iemand. Ergens tijdens de viering was een vrouw binnengekomen die zichtbaar genoot van de rust in de  kerk, maar toch ook wat in de war leek.
Na de viering wachtte ze me op bij het wijwaterbakje vlak bij de uitgang. Wat dat wel voor water was, vroeg ze mij, en bleef dat wel goed. Ik vertelde haar over de Paaswake  waarin dit water gezegend wordt.
Ik zag haar ogen oplichtten, met dit water gezegend worden, dat wilde zij ook wel. Ik heb haar toen met dit water een kruisje op haar voorhoofd gegeven, en gevraagd of God haar wilde zegenen. Het was helemaal goed.
Blij liepen we naar buiten. Ik vergeet nooit hoe ze afscheid van me nam. Ik schat in dat we ongeveer van dezelfde leeftijd waren en ze zei: ‘dag meisje…’

Iemand ontmoeten.
Wij kunnen door de dagen heen allerlei soorten ontmoetingen hebben: aan de kassa in de supermarkt, of toevallig op straat. Het kunnen ook dieper gaande ontmoetingen zijn. Soms belanden we ineens met iemand in een heel mooi gesprek, of een gebaar, wat we van te voren niet zagen aankomen. Bij de meeste ontmoetingen staan we niet zo stil. Ook komen ze soms ongelegen, of weet je wel zo’n beetje wat de ander je wil vertellen, en daar heb je nu net even geen zin in of geen tijd voor.
Ik denk dat we allemaal weleens de andere kant op kijken, of proberen iemand te ontwijken. En dat hoeft niet eens persoonlijk te zijn, soms zijn we gewoon liever even op onszelf.

Aanvankelijk was ook ik een beetje huiverig voor de ontmoeting met deze vrouw in de kerk:
‘wat zou ze van mij willen?’. Achteraf ben ik blij dat ik die belemmerende gedachte wat van mij af kon zetten, en mij voor haar kon openen. Anders was het waarschijnlijk niet tot deze prachtige ontmoeting gekomen.

Maria ontmoet Elisabeth.
Ook dit is een heel bijzondere ontmoeting. Er gebeurt iets met beide vrouwen. Wat opvalt is de vreugde, de blijheid, het enthousiasme, de openheid. De beide vrouwen zijn niet zomaar blij. We zouden kunnen zeggen: ze zijn zielsblij. Er gebeurt iets bij hen diep van binnen. Dat wordt in beelden uitgedrukt: Elisabeth voelt het kind in haar schoot, zij wordt vol van de Geest.

Deze ontmoeting maakt het woord ‘ont  moeten’, niets moeten, helemaal waar. Elisabeth en Maria ontmoeten elkaar, en zij moeten niets van elkaar. Het is puur en oprecht. Er is niets wat een echte ontmoeting in de weg staat.
Hoe vaak hebben wij geen dubbele agenda wanneer we met iemand in gesprek gaan. Of willen we iets van de ander gedaan krijgen. Let wel: dit is geen oordeel, zo gaat dat vaak tussen ons mensen. Maar laten we vanmorgen proberen het verschil te proeven tussen ontmoeten, en echt ónt  moeten.

Bij Maria en Elisabeth horen we niet over oud zeer, wat het contact kan verhinderen. Er is geen onuitgesproken oordeel over de ander: hoe kan het toch dat zij zwanger is, hier moet iets achter zitten.
Een echte ontmoeting kan zo mooi zijn. Ik hoop dat we allemaal die ervaring kennen, hetzij als degene die luistert, hetzij als degene naar wie geluisterd wordt. Wanneer we de tijd voor iemand nemen, oprecht naar iemand luisteren, proberen te begrijpen wat diegene voelt, wat hij of zij meemaakt, dat doet dat ook onszelf goed. En omgekeerd: wanneer oprecht naar ons geluisterd wordt, is dat een verademing, en geeft rust en troost  in alles wat ons bezighoudt.
Dit mogen we best momenten van genade noemen. Momenten waarin even aan het licht komt hoe wij bedoeld zijn, hoe verbonden wij zijn met elkaar.

Maria en Elisabeth zullen elkaar best veel te vertellen hebben gehad. Dat horen wij niet.
Wij hoeven ook niet binnen te treden in hun vertrouwelijkheid. Wat we wel horen zijn de woorden van Elisabeth: ‘waaraan heb ik het te danken?’ Een vraag die voortkomt uit verwondering over wat er gebeurt. Elisabeth werd vervuld met de heilige Geest. Dat mogen we zien als vervuld worden met levensvreugde, met liefde en kracht. Dat heeft ze niet aan zichzelf te danken, het wordt haar gegeven, en vervult haar met een diepe vreugde.

Waar wij ons verbonden voelen met elkaar, zelfs al zit er nog van alles tussen aan angst en niet goed weten, -ook ik wist aanvankelijk niet goed wat te doen toen ik naar die vrouw in de kerk toeliep- dan kan God daar toch binnenkomen met zijn Geest. Het wordt ons gegeven!

Het is bijna Kerstmis.
Beide vrouwen krijgen een kind waarin God aan het licht mag komen. Moge dit licht ook ons gegeven worden!

Amen.

­