­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

Lezingen: Jes.62,11-12 , Titus 3,4-7 en Lucas 2,1-20

Beste zusters en broeders,
Heel veel mensen bezoeken met Kerstmis een kerkdienst. Zo door het jaar heen loopt hun paadje vaak niet richting kerkgebouw. Maar op het feest van Jezus’ geboorte is dat anders. Ja, en waarom doen we dat eigenlijk? Waarom willen we hier in de kerstavond in de kerk zijn? Wat zoeken we eigenlijk hier op het kerstfeest?

Wat ons heel erg beweegt, is ons verlangen naar iets nieuws. We kijken om ons heen en komen steeds weer hetzelfde tegen aan negativiteit, aan agressie, haat en liefdeloosheid. Ik weet niet hoe het u vergaat, maar als ik televisie zit te kijken en ze laten verdriet en ellende zien, dan zap ik weg. Ik vind het niet goed van mezelf, maar ik doe het wel. Je hebt het gevoel: ‘Ik heb het allemaal al gezien, laat maar zitten’. Maar met Kerstmis, de geboorte van Jezus, laten we ons confronteren met iets nieuws. De evangelisten willen ons ervan overtuigen dat met Zijn geboorte een nieuwe tijd is aangebroken.

Een nieuwe tijd. Elke heerser die nieuw aantreedt, wil zijn onderdanen doen geloven dat er met hem een nieuwe tijd is aangetreden. En om je onderdanen dát te laten geloven, laat je jezelf zien met pompa, met pracht en praal. Je moet indruk maken, anders geloven ze je niet. Maar die nieuwe tijd van Jezus begint zonder indruk te maken. Jezus’ nieuwe tijd begint niet in het centrum van de bewoonde wereld, maar ergens in een uithoek. En die uithoek heet Bethlehem.

Bij alle voorbereidingen op het kerstfeest heb ik me altijd laten verbazen door de herders. Zij waren de eersten die te horen kregen dat Jezus was geboren. En de engel nodigde hen uit op zoek te gaan naar de pasgeboren redder van de wereld. Die herders die op kraamvisite gaan, kon je in de hele Bijbel maar één keer tegen. Ik hoop dan – misschien wat naïef – ze later in het Nieuwe Testament nog een keer tegen te komen. Een herder die gehandicapt raakt en dan door Jezus wordt genezen, zoiets, dat zou mooi zijn. Of een herder die je 33 jaar laten weer tegenkomt, terwijl Jezus aan het kruis te sterven hangt. Maar nee, die herders kom je in de Bijbel alleen tegen hier in het geboorteverhaal volgens Lucas.

Maar waarom nou herders? Waarom geen bouwvakkers, waarom geen ICT’ers, waarom geen kantoorpersoneel? Maar laat ik eerst eens even vertellen wie er nu eigenlijk uit Bethlehem kwam. Dat was koning David. En David was een herdersjongen en is achter zijn schapen vandaan gehaald om min om meer heimelijk door de profeet Samuël tot koning te worden gezalfd. David was eerst herder van schapen om daarna herder van mensen te worden. En nu wordt Jezus geboren in diezelfde plaats Bethlehem: een nieuwe David. Net als David zal Hij herder zijn, maar een herder die zoveel beter is dan David. David had streken (nogal!) en ’t is maar de vraag of David een goede herder was, maar deze nieuwe David is de goede herder, Jezus zelf. En die herders komen op kraamvisite om aan te geven hoe herderlijk dit kind zal zijn voor ieder die Hem zal ontmoeten. Dit kind zal omzien naar mensen naar wie niemand meer omziet. De verdwaalde schapen van wie iedereen zegt ‘Laat maar lopen, die vinden we niet meer terug’, daar gaat Hij naar op zoek.

In de tweede lezing hoorden we: ‘De goedheid en de mensenliefde van God, onze Heiland, is op aarde verschenen’. Je kunt het ook zo zeggen: God laat zijn goedheid en zijn mensenliefde zien in Jezus, het Kind van Bethlehem. Vóór Jezus’ komst spreekt God zich al uit in de geschiedenis die Hij schrijft met het volk Israël. Nu spreekt Hij zich definitief uit in Jezus. En via Jezus laat God zien dat Hij álle mensen in liefde wil omarmen. Voor ons bestaan vaak grenzen tussen groepen mensen. Wij zijn vaak kieskeurig: die mag wel meedoen, en die niet. Dat bestaat voor God niet. Herders, het uitschot van de samenleving, geen fraai volk, komt naar de stal. Jezus gaat om prostituees, collaborerende en frauduleuze belastinginners, met volk dat leeft buiten de grenzen van de Joodse Wet. Ook voor hen is Jezus naar deze aarde toegekomen.

Ik denk wel eens dat dat hele Nieuwe Testament samen te vatten is in één naam: ‘Jezus’. En Jezus is niet zomaar een naam, het betekent ‘God redt’. In het Kind van Bethlehem steekt God zijn hand naar ons uit. Aan ons is het niet eigenwijs te blijven, niet die uitgestoken hand te blijven negeren. Steek je hand maar uit en grijp dat handje van het Kerstkind maar beet. Maar als we dat doen, dan zullen we ons leven meer en meer de richting van dit kind moeten gaan geven. Zal ik een paar voorbeelden geven? Misschien heb je op sociale media wel eens anoniem haatmails zitten verspreiden. Dán draag je niet bij aan de vrede en de liefde van het Kerstkind. Wordt het niet eens tijd eens bij jezelf te rade te gaan en te besluiten liefde en respect terrein te laten winnen in je leven? Ja, en dan de klimaatwijzigingen. Dat ze aan de hand zijn, is duidelijk. Dat het gevolgen zal hebben voor onze eigen generaties en zeker voor komende generaties lijkt me ook duidelijk. Klimaataccoorden zijn gesloten in Parijs en hebben een uitwerking gekregen in de bijeenkomst in Katowice. Maar wij? Laten wij alles op zijn beloop? Kijken we nog steeds van de problemen weg? Of zijn wij in onze eigen levens bereid om stappen te zetten en offers te brengen ten gunste van onze kinderen en kleinkinderen? Het zou ons sieren! En als we dat doen, zetten we stappen in de geest van het Kind van Bethlehem.

Beste zusters en broeders, we wensen elkaar een zalig kerstfeest toe. Dat betekent dat we hopen tijdens dit feest Jezus te ontmoeten. Hij wil van invloed zijn op ons leven. Hij wil Zijn liefde ons brengen. Aan ons is het om ons hart open te zetten.

AMEN

­