­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

agenda 5a

Lezingen: 1Sam.1,20-28 , 1Joh.3,1-2+21-24 , Luc2,41-52

Beste zusters en broeders,
Ik moet u eerlijk bekennen dat ik wat moeite heb met het feest dat de Kerk ons voorschotelt de zondag na Kerstmis. Het feest van de heilige familie, en daarmee wordt natuurlijk gewezen op Maria en Jozef en het kindje Jezus. Ik vermoed dat de Kerk dit feest heeft ingesteld om ons het ideale gezin voor te houden. Probeer je een gezin te vormen, dan gaat het een stuk beter als je dit ideaalplaatje voor ogen hebt, zo is dan de gedachte. Maar ik ben bang dat het zo niet werkt. Zo heeft het waarschijnlijk nooit gefunctioneerd en al helemaal niet anno 2018. Trouwens: het evangelie van vandaag geeft ons wel een inkijkje in die heilige familie, maar er zijn toch een aantal zaken aan de hand waar je in ieder geval als buitenstaander je vragen bij kunt hebben.

Wat mij altijd is opgevallen in het verhaal, en u zeker ook, is dat Maria en Jozef op de terugreis er pas een dag later achterkomen dat hun kind niet bij de karavaan is. Er zitten hier geen mensen in de kerk, die dit ooit is overkomen. Het gebeurt iedereen wel eens dat je je kind kwijt bent, maar daar kom je niet pas na een dag achter! En als je er pas een dag later achterkomt, wordt het tijd om de kinderbescherming erbij te halen. Ooit ben ik een mevrouw tegengekomen die het me verklaarde. Je moet het je zo voorstellen: Maria en Jozef en het kind Jezus hoorden bij het clubje van de bedevaart van Nazareth. Dat kende elkaar allemaal en je lette op elkaar, en als je verder ging, keek je om je heen en nam je elkaars kinderen mee, zodat niemand achterbleef. Stellig beweerde die mevrouw dat dat een feilloos systeem was. Het zal wel, maar dat systeem hapert dus in het evangelieverhaal van vandaag. Jozef en Maria vertrouwen erop, maar Jezus blijft wel in Jeruzalem achter!

Wat bovendien heel vreemd is in het evangelieverhaal is dat in het verhaal er steeds heel afstandelijk gesproken wordt van ‘de ouders’ van het kind Jezus, of van zijn vader en moeder. Nergens vallen de namen van Maria en Jozef. Door het ongenoemd laten van de namen van de ouders wordt er een afstand geschapen tussen enerzijds Jozef en Maria en anderzijds Jezus. Bij een ideaal gezinnetje zou je toch denken aan een intieme en warme band tussen ouders en kind, maar het verhaal wordt door Lucas zo verteld dat die in dit gezinsverband afwezig lijkt.

In dit verhaal gaat het meer om de afstand dan om de intimiteit. Het doet me denken aan een gedeelte uit het evangelie van Marcus. Jezus is ergens in een huis en dan komen zijn moeder en zijn broers en die sturen iemand naar Jezus toe om Hem te roepen. Maar Jezus verklaart dan: ‘Mijn broeder en mijn zuster en mijn moeder zijn zij, die de wil van God volbrengen’. Nergens staat in deze evangelietekst dat Jezus aanstalten maakt even zijn moeder en zijn verdere familie te begroeten. Au! Afstand…

In het evangelie van vandaag wordt duidelijk dat Jezus’ prioriteit ligt bij God en niet direct bij zijn ouders. ‘Wisten jullie dan niet dat ik moest zijn bij de dingen van de Vader.’ In allereerste instantie is Jezus thuis bij God. Vanuit die band volgt al het andere. Maar…vanuit die band met God wordt al het andere óók gerelativeerd…

Het is het rare van het feest dat we vandaag vieren: gewezen wordt naar de heilige familie (Maria, Jozef en het kind Jezus) als ideaalplaatje, terwijl het helemaal niet de bedoeling van de Bijbelverhalen is om dit gezinsverband als ideaalplaatje naar voren te schuiven. Veel eerder willen die nieuwtestamentische verhalen naar voren schuiven dat er in Jezus een nieuw verband, een nieuwe familie ontstaat, namelijk het verband van de mensen die willen gaan op Zijn levensweg. En eigen aan het christelijk geloof is dat we dat sámen willen doen. Christenen zijn geen enkelingen die alleen als enkeling een lijntje met God hebben. Nee, we zitten met zijn allen in een verband en zoeken elkaar op om sámen ons geloof gestalte te geven, om sámen ons geloof te vieren. De band die Jezus met de Vader heeft en die aan alles vooraf gaat, laat ons over de grenzen van gezin en familie heen kijken.

Het houdt niet op bij de grenzen van gezin en familie. Maar…houdt het dan wél op bij de grenzen van christelijke geloofsgemeenschap en kerk? Néé! Want er is nog een ander verband, een veel groter verband, een veel grotere familie, kun je zeggen, en dat is de grote mensenfamilie, waar ieder levend mens bij hoort, wie hij of zij ook is. De kerk of een christelijke geloofsgemeenschap is de familie van mensen die op een of andere manier willen wandelen op Jezus’ levensweg, even afgezien van de vraag of dat dan lukt, ja dan nee. Maar de grote mensenfamilie, dat zijn alle mensen bij elkaar. Immers: allemaal zijn zij kinderen van één Vader, en vanuit die gedachte zijn wij allemaal broers en zusters van elkaar.

Beste mensen, elkaar liefhebben wanneer je familie van elkaar bent, is soms moeilijk, gaat soms helemaal verkeerd, maar is, lijkt me, wel iets natuurlijks. Elkaar liefhebben wanneer je verenigd bent in het verband dat kerk of christelijke geloofsgemeenschap heet, is al een stuk lastiger.  Immers: met de een kun je beter overweg dan met de ander. En fricties binnen de gemeenschap, kleine of grote, blijven altijd. Maar leven met liefde voor eenieder die lid is van de grote mensenfamilie is het moeilijkst. Dán moet je namelijk grenzen over. Dán moet je namelijk je ook eens verplaatsen in de anderen, die misschien niet bij je groep, je land of je clan horen. Dat is het moeilijkste wat er is. Maar het staat ons wel te doen. Uiteindelijk kan alleen die levenshouding ons samenleven toekomst geven. Hierbij wens ik ons allemaal Gods kracht en Gods wijsheid toe.

AMEN.

­