­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

agenda 5a

Lezingen: Prediker 1,1-11 , Hebr.13,5-9 , Lucas 2,15-21

Zusters en broeders,
In de streek waar ik geboren ben, de zuidoosthoek van Friesland, waren er veel mensen die van oudsher protestant waren en nooit naar de kerk gingen. Maar dat ‘nooit’ was eigenlijk niet zo. Als ze naar de kerk gingen, gingen ze niet met Kerstmis of Pasen. Geen haar op hun hoofd die eraan dacht dan naar de kerk te gaan. Nee, ze gingen op oudejaarsavond. Dat was de avond dat de namen van de overledenen van het afgelopen jaar werden voorgelezen en tegelijkertijd sloot je dan het jaar af. Of de Blijde Boodschap hen naar de kerk toetrok, lieten deze mensen graag in het midden. ’t Was misschien meer het besef van de tijd die geen pauze kent. Je bent met z’n allen aan de tijd overgeleverd, of je nu wilt of niet. En je wilt dan graag de boodschap horen over een God die heer en meester is van die tijd.

Op oudejaarsavond wordt in de kerken graag voorgelezen uit het oudtestamentische Prediker. ‘IJdelheid der ijdelheden en alles is ijdelheid’. ’t Is vluchtig wat we allemaal meemaken. Je bent vijfendertig en je maakt je enorm druk over van alles en nog wat. Twintig jaar later haal je je schouders erover op en denk je: waar heb ik me druk over gemaakt. Laatst sprak ik iemand die me zei: ’Wat heb ik in mijn leven toch veel tijd en moeite gegeven aan dingen die voor mij nu zonder betekenis zijn!’ Ja, zo  zit het leven van een mens in elkaar. Wat we meemaken, is vluchtig. Maar…we zijn zelf ook vluchtig. Kijk je de rouwadvertenties na in de krant, dan zie je hoe onvoorstelbaar oud heel veel mensen worden. Tegelijkertijd weet je best dat je morgen een ziekte onder de leden kunt krijgen en dat je overmorgen al dood kunt zijn. Vandaag bloeit de bloem nog, maar morgen kan ie al uitgebloeid zijn.

Wat het christelijk geloof wil, is de mens een vast punt bieden in zijn of haar vluchtige bestaan. Mens, bedenk: wat je ook overkomt in je leven, God is er. Mens, bedenk: wat je ook gebeurt – die God is een God van liefde. Mens, bedenk: welke wegen en dwaalwegen je in je leven ook bewandelt: deze God strekt Zijn hand naar je uit en wil niets liever dan dat jij Zijn hand vastgrijpt om je door Hem te laten leiden.

Beste mensen, we zitten nog onder het octaaf van Kerstmis. Eigenlijk vieren we ook vandaag nog het kerstfeest. Het is het feest van Gods toegestoken hand. Immers: God reikt ons Zijn hand in het Kind van Bethlehem. En vanavond hoorden we in het evangelieverhaal dat dit jongetje naar Joods gebruik op de achtste dag wordt besneden. En die besnijdenis duidt aan dat hij helemaal bij het Joodse volk hoort. Maar nog nadrukkelijker dan de besnijdenis wordt in het evangelie van vandaag de naamgeving genoemd. De baby krijgt de naam Jezus, zoals de engel het bij Zijn moeder had aangegeven. De evangelist wil hiermee zeggen: die naam ‘Jezus’ is niet door mensen bedacht, nee, van Godswege is Hem deze naam gegeven. En die naam ‘Jezus’ – als het ware door God zelf bedacht – betekent ‘God redt’. Ik denk wel eens dat ‘Jezus’ of ‘God redt’  de samenvatting is van wat we in de Bijbel tegenkomen. God reikt Zijn hand ons toe en wil ons omhoogtrekken uit ons moeras.

Jezus, de hand die God ons reikt. Maar…die hand moeten we dan wel willen grijpen. God kan uit staan naar ontmoeting, maar wij moeten Hem wel willen ontmoeten. We kunnen wel gered willen worden, maar wat doen we zelf om medemensen te redden, om onze wereld te redden? Soms denk ik wel eens dat het moeilijkste wat van ons gevraagd wordt, is: je inleven in de ander, en ook je inleven in een medemens die tot een andere groep behoort. Probeer je eens in te leven in een Syriër die op het punt  staat te vluchten, omdat alles wat hem dierbaar is en was, kapotgebombardeerd is. Probeer je eens in te leven en trek niet meteen de muren zo hoog op. Over de muur heen zijn ook mensen en die mensen zijn medemensen van jou en van mij. Willen we ons laten redden? Het afgelopen jaar zijn heel vaak de gevolgen van de klimaatveranderingen aan de orde geweest. Dat er wat gebeuren moet, willen we deze aardbol leefbaar houden, is duidelijk. Maar wij, wat doen wij? Stappen we onbekommerd maar weer in een vliegtuig om te gaan naar verre vakantieoorden, of durven wij het aan om onze behoeftes te beperken. Een vijftienjarig meisje zei het tijdens de wereldwijde vergadering in Katowice zo: Jullie zeggen dat jullie zielsveel van jullie kinderen houden, en ik geloof jullie graag, maar waarom stelen jullie dan hun toekomst? In het Onzevader bidden wij: ‘Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren’. Mag ik op deze bede een variatie aanbrengen: ‘Red ons van het moeras dat de mensheid zichzelf heeft geschapen, zoals ook wij alles proberen om onze kinderen en kleinkinderen dit moeras te besparen…’

‘Jezus Christus is dezelfde, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid’, we hebben het gehoord in de tweede lezing uit de brief aan de Hebreeën. Bij Jezus is het niet: zo de wind waait, waait zijn jasje. Bij Jezus is het niet de ene keer zus en de andere keer zo. Nee, Hij blijft Gods toegestoken hand aan de wereld, aan de mensheid, aan ons, aan jou en aan mij. Dat was in het oude jaar zo, dat zal in het nieuwe jaar zo zijn en altijd zal dat zo blijven. ’t Is aan ons te besluiten die hand te grijpen.

AMEN.

­