­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

agenda 5a

Lezingen: Jesaja 60,1-6 en Matteüs 2, 1-12

Kunt u zich voorstellen dat u op een donkere avond naar een heldere lucht kijkt, een ster ziet, en denkt: ‘ik pak m’n koffer’? En stel dat we dit dan ook zouden doen, hoe zou onze omgeving daarop reageren? ‘Wat is er met jou aan de hand?’, is dan nog een milde reactie. ‘Je bent niet goed wijs’, ligt misschien wel meer voor de hand.

Ieder jaar zo vlak na Kerstmis, lezen we het verhaal van de drie Wijzen, of Koningen zo uw wilt, die een ster volgen, die hen bij Jezus brengt, het kind van Bethlehem. Op het eerste gehoor  blijft dit toch een wat merkwaardig verhaal. Wanneer wij op reis gaan naar een ons onbekende bestemming, bereiden we ons van te voren goed voor. Of we zetten onze navigatie apparatuur aan, en meestal komt het dan wel goed. Maar een ster volgen, hoe doe je dat?

Wanneer we het zo lezen, blijft het een vreemd verhaal, waar we niet zoveel mee kunnen. Maar laten we eens een stapje terug doen, niet onmiddellijk uitleg of verklaringen zoeken, maar het verhaal zélf laten spreken.
Soms lijkt het alsof ons leven, onze wereld, nog maar weinig geheimen voor ons heeft.
In onze samenleving staan ‘weten’  en ‘wetenschap’ hoog aangeschreven. Wat we niet weten zoeken we op. Even ‘googelen’ en alles komt zo dichtbij. Wetenschap is een groot nut. We kunnen veel verklaren. Maar is er ook nog ruimte voor verwondering. Een verwondering die op ons toekomt als we dit verhaal lezen over de openbaring des Heren.

Wanneer we op een heldere avond of nacht omhoog kijken naar de sterrenhemel, is dat prachtig. Wanneer we niet teveel nadenken, en alleen maar kijken, kan er een diep gevoel van verwondering in ons opkomen, en misschien ook van nietigheid, van kleinheid. Wie zijn wij in dit enorme heelal?
Tegelijk is er die diepe symboliek van helder, stralend licht in al dat duister. Een licht dat straalt voor iedereen. Iets in ons weet dat er een groter geheel is dat ons voortbrengt en omvat. Is het dan zo gek dat juist een ster de weg wijst naar God, naar het goddelijke.

De drie wijzen volgen een ster. Die ster brengt hen bij een kind. Jezus, God redt, wordt dit kind genoemd. We zien het contrast tussen de grootsheid van het enorme heelal en dit kind. Is God, is het goddelijke zo kwetsbaar?
Laat God de wereld over aan een kind?
Ja, in het kind van Bethlehem is God heel dichtbij ons gekomen. Kunnen we dat zien? Is het niet een kind dat bescherming oproept. Dat ons vraagt om huizen te bouwen die geborgenheid en veiligheid en warmte bieden. Is het niet een kind dat ons vraagt te blijven geloven in vrede; dat ons vraagt woorden als hoop, vreugde en vrede
niet los te laten, dat deze woorden ons leven en onze kijk op de wereld mogen bepalen.

God laat de wereld over aan een kind. Een kind ontroert en vraagt te mogen leven in een wereld waar hoop is, en toekomst, en vrede. Een wereld waar God kan wonen onder mensen, omdat Hij niet zonder ons kan. Is dat zo? Kan God niet zonder ons? Wie zijn wij in dit onbeschrijflijk grote heelal dat God zich met ons, en liefst nog met ieder van ons persoonlijk zou bezighouden? We kunnen de vraag ook andersom stellen: kunnen wij zonder God?
We hebben het de afgelopen tijd meerdere malen gehoord: Nederland ontkerkelijkt in rap tempo. Nog geen kwart van de bevolking schijnt op dit moment lid te zijn van een kerkgenootschap of levensbeschouwelijke groepering. En natuurlijk valt dat niet samen met leven zonder God,  maar toch..

Onze kerk is mij ongelooflijk dierbaar, en ik ben ervan overtuigd dat wij een prachtige boodschap hebben, en veel voor elkaar kunnen betekenen. Gaan we dan steeds meer leven in een lege, godloze wereld?
Ik denk dat hoe dan ook in zoveel mensen een diep verlangen leeft naar dat wat er werkelijk toe doet, naar dat wat werkelijk waarde heeft. En hoewel niet iedereen dat zo zal noemen, ik doe dat wel: een verlangen naar God!

Kan God niet zonder ons? Kunnen wij niet zonder God? Kijk naar dat kind van Bethlehem, kijk naar Jezus, hoe hij in heel zijn verdere leven, leefde in verbondenheid met God, die hij zijn Vader noemde. Hoe hij daarin onze voorganger is en altijd blijft. Zijn Vader die ook onze Vader is. Kunnen wij zonder die Vader? Daar kunnen we voor kiezen. Maar die verbondenheid met God kunnen we nooit ongedaan maken. De apostel Paulus zei het al: ‘God is in wie wij leven, ons bewegen en zijn..’ Met alles wat bij ons hoort: liefde, geluk, maar zeker ook verdriet en pijn
leven we midden in een oneindig geheim. Is er een grotere kracht en troost in ons leven denkbaar.

Openbaring des Heren wil ons vertellen, dat heel onze werkelijkheid bestaat in God, en hoe dichtbij God daarin voor ons kan zijn. Het Kind van Bethlehem, Jezus, heeft ons dat toen Hij opgroeide, met zijn leven laten zien.
Kunnen ook wij in contact komen met dat licht, dat ons de weg wijst? En kunnen we dat dan ook uitdragen naar de wereld om ons heen? Kunnen we laten zien dat wij als kerk een heldere, prachtige boodschap hebben vol licht?
Misschien met die ene eenvoudige vraag: ‘God, wilt U ons de weg wijzen?’ Daarmee openen we ons, voor wat groter is dan wij zijn, en dat kan weleens verrassende gevolgen hebben.

En eigenlijk is dat licht heel dichtbij. Toen God ons schiep, sprak Hij: ‘er is licht..’ In dat licht zijn wij geschapen, en dat is er altijd. De drie wijzen durfden erop te vertrouwen dat Gods licht hen de weg zou wijzen. Dat dit vertrouwen ook met ons mag zijn, in heel het nieuwe jaar, dat voor ons ligt!

Amen.

­