­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

agenda 5a

Zoals u waarschijnlijk wel weet, heet het feest dat wij vandaag vieren officieel: de Openbaring des Heren. Op zich is dat een heel toepasselijke naam, al zullen veel mensen die titel niet direct begrijpen. Openbaring des Heren? Wat betekent dat nu helemaal?
Als je het hebt over Driekoningen, weet je tenminste welk verhaal er bedoelt wordt. Nou ja, laat het dan geen koningen zijn, maar wijzen. Maar dit snappen wij tenminste.
Toch is “Openbaring des Heren” best wel toepasselijk. Het gaat erom dat zodra mensen van Jezus’ bestaan horen, via engelen, via de ster, via geruchten, hebben zij onmiddellijk door dat dit een bijzondere geboorte is; er is een redder geboren, een kind van God. En ieder van hen komt in actie.

De geboorte wordt openbaar, dwz. bekend en zichtbaar gemaakt aan alle mensen van goede wil. Aan wie er maar naar wil luisteren en wil erkennen dat dit kind voor de wereld grote betekenis zal hebben.
Vandaag gaat het natuurlijk vooral over de drie Wijzen en Herodes. Twee hele verschillende partijen in dit verhaal.
Ze hebben totaal verschillende belangen.
Om met Herodes te beginnen: hij is deels van joodse afkomst, maar niet echt een gelovige jood. Hij wist echter genoeg van het joodse denken om te weten dat men wachtte op de messias. Een kind dat geboren zou worden. Volgens de profeet Jesaja. En als er dan mensen langskomen die beweren dat dit kind inderdaad geboren is. Ja, dan slaat de schrik je om  het hart als koning zijnde. Een bedreiging! En wat voor één! Een kind met oude papieren en uit een religieus geslacht. Het geslacht van koning David. Daar kan Herodes niet aan tippen: hij is maar een zetbaas van de Romeinen.
De openbaring door de wijzen; de ster die is gezien: het maakt dat hij zijn maatregelen wil gaan nemen. De openbaring van het reddende licht, brengt in hem het duister naar boven.

Mensen met duistere bedoelingen, wenden zich af van het licht. Maken hun gedachten, bedoelingen en plannen niet openbaar. Herodes maakt zijn plan in het donker. Zoiets als “Gods belofte” is aan hem niet besteed. Na het bezoek van de wijzen, maakt hij al plannen voor de kindermoord in Betlehem. Alle kleine jongetjes die pas geboren zijn, laat hij ombrengen. Een waar gebeurde tragedie. Gelukkig ontsnapt het jonge gezin van Jezus, Maria en Jozef aan dit lot. Maar zij worden hierdoor wel vluchtelingen:  ze vluchten naar Egypte.
Moraal  van het verhaal: wees niet al te naïef als het om mensen gaat met duistere bedoelingen. Meestal veranderen ze niet van karakter; ook al doen ze zich vriendelijk voor. Herodes had zijn slechte reputatie niet voor niets.

Hoe anders is het gesteld met de wijzen uit het oosten. Hun namen staan niet in de bijbel, maar klinken ons wel bekend in de oren: Caspar, Balthasar en Melchior. De namen stammen uit de middeleeuwen; men wilde daarmee aangeven dat Jezus is geboren voor iedereen: de jonge Caspar, de oude Melchior en de zwarte Balthasar.
Toch leuk bedacht van die middeleeuwers: Jezus is er voor iedereen die zoekt, Jezus is daar waar je hem niet verwacht.

Natuurlijk gaat dit verhaal, zoals bijna alle bijbelverhalen, eigenlijk over onszelf. Vandaag gaat het vooral om openstaan voor iets nieuws, durven te zoeken ook op plekken die je niet kent.
God zoeken op driehoog achter zonder lift? God zoeken in een Vogelaar-wijk?
Het gaat niet om de plek, het gaat zelfs niet om het stadje Betlehem, hoe belangrijk het ook geworden is door deze gebeurtenis. Het gaat erom dat mensen zich bewegen.
Op tocht gaan, op zoek naar de zin van het leven. Naar een nieuwe horizon, licht dat niet weer zal doven. Er zit veel hoop in de kerstverhalen: of het nu gaat om de herders of vandaag om de wijzen. Het zijn mensen die ergens in willen geloven. Misschien wel tegen beter weten in.
Samen waren ze sterk en samen liepen ze om de sluwheid van het duister heen. Ze vonden een betekenis voor hun leven en in hun leven.

­