­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

1. Mijn naam?
Mijn naam is Grietje Middelbos-Wolters, 64 jaar. Ik ben geboren in Oldenzaal in een wagen en woon nu in Assen in een huis. Ik heb gewoond in Deventer, Zwolle, Beilen, in België, Oostenrijk, Zwitserland enz. De halve wereld heb ik gezien. Eerst met paard en wagen, toen met een trekker en later met een jeep. 

2. Wat zijn de helpende kanten van je werk of hobby?
Toen ik 14 jaar was ben ik als oudste meisje van het gezin gaan werken bij het slachthuis Coveco in Assen. Ik moest zeggen dat ik 15 was anders mocht het niet. Ik heb toen halve koeien en varkens moeten verslepen, waardoor mijn rug kapot is gegaan. Ouderen en kinderen zijn me dierbaar, daarom kreeg ik werk bij thuiszorg als hulp in de huishouding. Ik ging met mensen mee naar het ziekenhuis enz. Dat heb ik 25 jaar lang gedaan. 

3. Wat had je niet graag willen missen in je werk?
Ik heb scharen en messen leren slijpen, stoelen matten en mandjes maken. Ik ben trots op wat ik heb gedaan. Aardappels krabben bij de boeren. Ik heb de vingerdoppen nog. Je was vrij en ongebonden. In het slachthuis heb ik mijn man leren kennen. Ik woon nu 19 jaar in een huis, maar mijn hart ligt in de wagen en van daaruit wil ik ook begraven worden. Ik voel me niet echt gelukkig in het huis.

4. Wat vind je van de uitspraak: Als de kerk niet dient, dient ze nergens toe?
De kerk is er niet voor de pronk of “mooiigheid”, om te kijken welke kleren mensen aan hebben. Ik vind dat je met een kapotte jurk of broek in de kerk moet kunnen zitten. De kerk is er voor iedereen, zwart, bruin of paars. De Heer heeft ons allemaal geschapen. Met Kerstmis ga ik altijd naar de kerk. Ik heb altijd gedacht: “Heer help mij”. 

5. Wie tellen niet mee in onze maatschappij?
Woonwagenbewoners. Het staat op je voorhoofd geschreven. Dat heb ik zelf ervaren. Waar woon je? Welke school heb je gehad? Als je zegt dat je in een wagen woont, krijg je geen werk. Ze zeggen: schooiers stelen en roven. Ik heb vaak gezegd: ik ben een woonwagenmeisje, ik kom uit de wagen, je mag het wel weten.

6. Wat zijn voor jou belangrijke contacten of mensen?
Mijn ouders hadden 16 kinderen, waarvan er vier zijn overleden. Ik mis mijn broer heel erg die een jaar geleden plotseling is overleden aan een hartstilstand, 48 jaar oud. Hij was altijd bij me. Mijn man is twaalf jaar geleden overleden. Daarna ben ik de avondschool gaan volgen.
Nu kan ik beter lezen en schrijven. Ik heb een hekel aan mensen die niet willen werken, willen profiteren van de sociale dienst of staat.

7. Wat was een leermoment in je leven?
Toen we reisden. Ik heb heel veel rijkdom gezien, maar ook armoede. Ik heb veel kerken gezien. Sommigen met veel goud, terwijl mensen daar arm waren. Ik heb oma beloofd dat ik mijn kinderen in de wagen zal laten leren. Daarom zeg ik nu: “Jongen je moet naar school. Je moet jezelf kunnen redden, leren autorijden, ga werken”. Daarom ben ik ook in een huis gaan wonen. Ik verzorg nu mijn kleinzoon van 14 jaar, omdat mijn dochter twee jaar geleden is gescheiden.

­