­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

agenda 5a

Mogen we ook voor 2020 weer op u rekenen...?

AKB animatie

Een tijdje geleden bereikte mij een vraag van een lezer. Deze vraag bestond eigenlijk uit meerdere vragen en ik ga proberen een deel van de vragen te beantwoorden. De vraag luidde, vrij vertaald: “Waarom zien we in de katholieke kerk bijna geen iconen, en als we ze al zien, dan is het nagenoeg altijd dezelfde.”

iconenEen icoon (van het Griekse koinè: εἰκόνα ‘tekening’, ‘icoon’, het Oudgrieks: εἰκών ‘beeld’, ‘afbeelding’ en het Griekse eikoon – ‘beeld’) is een afbeelding van Christus, de Moeder Gods, heiligen of hoogfeesten. Een icoon wordt niet beschouwd als een religieus kunstwerk en heeft weinig gemeen met een schilderij waarop een religieus thema wordt voorgesteld. Voor een icoon gelden zeer precieze regels. De eerste christenen stonden vanwege hun achtergrond - bekeerde Joden afkomstig uit de diasporagemeenten - afwijzend tegenover een beeldcultus in de eredienst. Dit wordt gestuurd door het verbod op afgoderij zoals we dat in Exodus kunnen lezen. In het Romeinse rijk worden de christenen geconfronteerd met een bestaande beeldcultuur. De iconenschilders beschouwen de incarnatie - God die een menselijke gestalte aanneemt in Jezus Christus - als hét argument dat het vervaardigen van afbeeldingen van Bijbelse figuren en heiligen verantwoord. God heeft zelf namelijk de menselijk afbeelding aangenomen.

In 730 verbiedt de Byzantijnse keizer Leo III bij edict het gebruik van afbeel- dingen ter aanbidding. Dat levert twee kampen op, waarbij de icoon-aanhangers met regelmaat hun toevlucht moeten zoeken tot Rome (het West-Romeinse rijk). Het Concilie van Nicea II in 787, bijeengeroepen door keizerin Irene, behandelt het probleem. De vraag is: Mag men wel of niet beelden vereren? De uitspraak is: geen latreia, wel douleia. (Geen aanbidding, wel verering.) Deze oplossing vindt weinig aanhang in het Oost-Romeinse rijk. Men komt tot een compromis: enkel tweedimensionale ‘iconen’ mogen worden vereerd. Dit zijn schilderingen op houten panelen (‘iconen’) of op pleister (fresco's), afbeeldingen in laagreliëf (tabletten in hout, ivoor, metaal...) en mozaïeken. Zo verdwijnt de driedimensionale christelijke beeldhouwkunst grotendeels uit het oostelijk christendom, dit in tegenstelling tot het westen en Rome waar de fresco's uit de mode raken.

In de westerse kerk en meer bepaalt de Rooms-Katholieke Kerk en is de driedimensionale beeldenverering nooit problematisch geweest. Hier is de ontwikkeling van schildering en beeldhouwen direct doorgevoerd in de religieuze kunst. Als in (West-)Europa de reformatie plaatsvindt, komt het vereren van beelden wel aan de orde.
Tot zover de geschiedenis en betekenis van iconen en waarom er niet zo veel in onze lokale kerken voorkomen.

Paul Spoormans

­