­

We hebben iets...
voor jou en voor jou
en voor jou

agenda 5a

coronavirus

livestream vieringen

gerard bronswijk 1In het begin van de jaren zestig leest Gerard Bronswijk een advertentie in het katholieke dagblad Ons Noorden. Een technisch bedrijf uit Roden vraagt om een vakbekwame monteur. En als bijzondere attractie biedt de firma een woning aan. Het is na de oorlog nog steeds een groot probleem om als woningzoekende een geschikte plek te vinden. En Gerard heeft in die tijd al drie jaar verkering met zijn geliefde Froukje uit St. Nicolaasga. Als de sollicitatie succesvol is afgerond volgen bruiloft en verhuizing naar Roden.
In die plaats vindt ondertussen een grote verandering plaats. Roden is een industriekern in ontwikkeling. En verder ligt het op schootsafstand van Groningen om te fungeren als een aantrekkelijke forenzenplaats. En de katholieke gemeenschap profiteert van beide elementen.

Schuurkerk
Omstreeks 1959 komt op zondag een pater uit Veenhuizen om in de kantine van Egam de mis op te dragen. Het altaar bestaat uit een aantal tafels. In 1960 is sprake van een ‘echte’ kerk. Het is een gehuurde loods aan de Kanaalstraat. Deze schuurkerk krijgt de bijnaam ‘Roefke’ als een eerbetoon aan het werk van pater Roefs. Met het stijgen van het aantal parochianen komen de plannen voor een ‘echte’ kerk. Die wordt in 1968 opgeleverd en ingewijd door Mgr. Nierman.

gerard bronswijk 2Gerard Bronswijk mag graag over dat verleden praten. Op 80-jarige leeftijd leeft hij volgens zijn artsen ‘in overtijd’. “Ik heb ziekenhuizen goed bekeken en ben daar kind aan huis met mijn kwaaltjes. Maar ik geef niet snel op. Dat zit in de familie, we zijn doeners en blijven gewoon doorgaan tot het laatste moment. We zijn ondertussen vijf keer ver- huisd en wonen nu in een mooi appartement in het centrum. We hebben precies op tijd deze keuze gemaakt.”

Armoede
Hij is geboren in Steenwijkerwold; het gebied dat bekend staat om de natuurgebieden de Weerribben en de Wieden. “Daar heb ik de echte armoede meegemaakt in een gezin met tien kinderen. De ellende was groot. Met verhalen hoe de arbeiders als ze hun geld hebben gekregen naar de kroeg gingen om alle zorgen weg te drinken. Hoe opoe met een pannetje soep dagelijks uren lopend naar het veengebied ging om tussen het riet de zwoegende arbeiders op te zoeken.
gerard bronswijk 3Datzelfde Steenwijkerwold zal bij menigeen herinneringen oproepen aan de opleidingen aan de kweekschool en de huishoudschool. De leerlingen kwamen uit Noord- en Oost Nederland en verbleven tijdens hun studie in internaten. Gerard Bronswijk kent nog de aantallen. “In mijn jeugd waren er in totaal 1245 leerlingen en 77 docenten. De nonnen waren streng maar rechtvaardig. Zij zorgden voor orde, tucht en discipline. Op de lagere school kregen we ook les van de nonnen. De kapel staat er nog en in 2005 is voor alle zusters van De Voorzienigheid een monument bij de katholieke kerk geplaatst.”

Gemeenschap
Voor Gerard Bronswijk is Roden een ideale gemeenschap. “Hier kent iedereen elkaar en we maken gebruik van ieders talenten. Door mijn technische kennis en vaardigheden ben ik al jaren lid van de Bouw- en Interieur Commissie. Alles wat met verwarming en verlichting te maken heeft, behoort tot mijn takenpakket. En dat doen we dan in samenspel met andere vrijwilligers.“
Met veel plezier is hij ook al jaren lid van het zangkoor. “We hebben altijd goede en inspirerende dirigenten. Maar het aantal koorleden daalt. Ooit hadden we 35 leden en nu nog 15. En er is maar weinig nieuwe aanwas. Maar het maakt mij weinig uit. Ik voel me gewoon goed thuis in deze gemeenschap. We hebben ook weinig verloop in de voorgangers. Het maakt me overigens weinig uit wie er voorgaat in een viering. Ik ga vooral naar de kerk voor mezelf om me te laten inspireren en na afloop even lekker te kletsen onder het koffiedrinken.”

Toekomst
Hij vraagt zich op een rustig moment soms weleens af hoe de kerk zich ontwikkelt. ”Hoe zal het over tien jaar zijn? We hadden ooit dertig eerste communicantjes. En veel jonge gezinnen. Maar die tijd is voorbij. Gelukkig zijn er de dierbare herinneringen aan het verleden.“

Ton Kuis

­